Rugby spelregels in het kort
Rugby lijkt ingewikkeld, maar de basis is eenvoudig: breng de bal over de trylijn van de tegenstander, en gooi hem daarbij alleen naar achteren. Hier staan de belangrijkste regels op een rij, voor spelers, ouders en nieuwe fans.
Het doel van het spel
Twee teams van vijftien spelers proberen punten te maken door de bal achter de trylijn van de tegenstander op de grond te drukken (een try) of door hem tussen de palen over de lat te trappen. Een wedstrijd bij de senioren duurt twee keer veertig minuten.
Zo tel je de punten
- Try: 5 punten. De bal wordt in de in-goal van de tegenstander op de grond gedrukt.
- Conversie: 2 punten. Na een try mag je trappen op doel, vanaf een lijn recht tegenover de plek van de try.
- Penalty: 3 punten. Na een overtreding mag je trappen op doel.
- Drop goal: 3 punten. Tijdens het spel laat je de bal stuiteren en trap je hem over de lat.
- Penalty try: 7 punten. Als een overtreding een vrijwel zekere try voorkwam.
De bal gaat alleen naar achteren
Je mag met de bal rennen en hem naar voren trappen, maar gooien mag alleen naar achteren of recht opzij. Een pass naar voren of een bal die je naar voren laat vallen (een knock-on) levert een scrum op voor de tegenstander.
De tackle
Alleen de speler met de bal mag getackeld worden. De toegestane tacklehoogte verschilt per competitie. In het Nederlandse jeugd- en participatierugby moet een tackle onder de basis van het borstbeen blijven; bij Benjamins en Mini's zelfs onder de navel. In het eliterugby ligt de grens op de schouderlijn. Na de tackle laat de tackelaar direct los en staat op. De getackelde speler moet de bal meteen passen, plaatsen of loslaten. Bekijk ook de jeugdregels.
Ruck en maul
- Ruck: de bal ligt op de grond en spelers van beide teams staan erover en duwen tegen elkaar. Zodra de ruck gevormd is, mag de bal niet meer met de handen worden gespeeld. De uitzondering is een speler die de bal al vast had voordat de ruck ontstond en op de voeten blijft.
- Maul: een speler met de bal wordt staand vastgehouden door een tegenstander, met een medespeler eraan gebonden. De groep duwt samen naar voren.
Buitenspel
In open spel staat een speler buitenspel als die vóór een medespeler staat die de bal draagt of hem als laatste speelde. Een buitenspel staande speler mag het spel niet beïnvloeden en moet eerst weer onside komen. Bij een ruck of maul loopt de buitenspellijn langs de achterste voet van het eigen team. Niet-deelnemende spelers staan bij een scrum vijf meter achter de achterste voet en bij een line-out tien meter van de ingooilijn.
Scrum en line-out
- Scrum: na een knock-on of een voorwaartse pass. Acht voorwaartsen van elk team binden in een vaste formatie en duwen; de scrumhalf rolt de bal erin.
- Line-out: als de bal over de zijlijn gaat. Meestal gooit het team dat de bal niet als laatste raakte hem recht in tussen twee rijen spelers, die mogen springen en elkaar daarbij optillen. Onder meer na een penalty naar touch of een 50:22 gelden uitzonderingen en gooit het trappende team in.
Hoe een team daarbij staat zie je op de pagina rugby posities uitgelegd.
Kaarten
Een gele kaart betekent tien minuten aan de kant, zonder vervanger. Een rode kaart betekent dat je de rest van de wedstrijd niet meer meedoet.
Bron: de spelregels van World Rugby. Bij de Nederlandse jeugd en participatieklassen gelden aanvullende regels van Rugby Nederland (Voorschriften & besluiten).
Teken het zelf in de Playmaker
Zet een opstelling op een echt gemeten rugbyveld, teken loop- en passlijnen en speel je play af als animatie. Gratis, in je browser.